Archive for the ‘Tijdschriften’ Category

New database of examples of good reporting of RCTs

2011/04/22

Zie hiervoor de recente publicatie van Moher et al in Trials:

Resources for authors of reports of randomized trials: harnessing the wisdom of authors, editors and readers.
D. Moher, S Hopewell, KF Schulz & DG Altman

Trials 2011, 12:98  doi:10.1186/1745-6215-12-98

Advertenties

Alerts

2011/02/11

Ik heb naast RSS, nog een paar ‘ouderwetse’ e-mail alerts lopen om geattendeerd te worden op nieuwe publicaties op ons vakgebied: het zoeken naar informatie. Afgelopen week zaten er een paar aardige titels tussen, die ik hier wil noemen.

Patient safety and systematic reviews: finding papers indexed in MEDLINE, EMBASE and CINAHL.
Tanon AA, Champagne F, Contandriopoulos AP, Pomey MP, Vadeboncoeur A, Nguyen H.
Qual Saf Health Care. 2010 Oct;19(5):452-61. Epub 2010 May 10.

PubMed and beyond: a survey of web tools for searching biomedical literature.
Lu Z.
Database (Oxford). 2011 Jan 18;2011:baq036. Print 2011.

The evidence-based medicine advisor’s challenge: mentoring and critiquing students’ PubMed search methods.
Archambault ME.
J Physician Assist Educ. 2010;21(3):33-9.

PubMed searching for home care clinicians: a guide for success in identifying articles for a literature review.
Young JS.
Home Healthc Nurse. 2010 Oct;28(9):559-65; quiz 566-7.

Evaluating the impact of MEDLINE filters on evidence retrieval: study protocol.
Shariff SZ, Cuerden MS, Haynes RB, McKibbon KA, Wilczynski NL, Iansavichus AV, Speechley MR, Thind A, Garg AX.
Implement Sci. 2010 Jul 20;5:58.

Ik moet ze zelf nog doornemen, dat is me door alle drukte van de laatste tijd nog niet gelukt.

Rest me nog te melden dat het commentaar op Winchester & Bavry, waarover ik eerder meldde, ook in gedrukte vorm wordt verspreid. Volgende week in de Annals of Internal Medicine. Zo vlot  als de electronsiche versie werd gepubliceerd (binnen een paar uur), zo traag gaat de papieren versie (5 maanden).


Goodbye PubMed, hello raw data

2011/01/28

Onder deze titel publiceerde de BMJ op 12 januari j.l. een editorial van Fiona Godley, editor van de BMJ. Een pakkende titel zeker voor medisch informatiespecialisten, die dagelijks in PubMed zoeken.
Al jaren pleit de Cochrane Collaboration voor openheid van gegevens voor klinische studies. Een eerste stap in de goede richting was het verplicht stellen door de belangrijke medische tijdschriften van een trial nummer, ISRCTN (International Standard Randomised Controlled Trial Number Register). Alle nieuwe trials krijgen zo’n nummer (of zouden zo’n nummer moeten krijgen). Het register waar al deze trials in te vinden zijn is ondergebracht bij de WHO, en voor een ieder toegankelijk en doorzoekbaar.

Fiona Godley gaat in haar stuk nog verder: al het onderzoeksmateriaal, dat tijdens een studie wordt aangemaakt, alle gegevens van patiënten, bijwerkingen, moet ter beschikking komen van auteurs die een systematische review willen schrijven. Zij deed haar oproep naar aanleiding van het weerbarstige gedrag van Roche wat betreft het gebruik van oseltamivir (Tamiflu), een neuramidase remmer, als behandeling om geen griep te krijgen en om de symptomen van griep te verminderen. Aanleiding voor haar editorial was een update van een Cochrane review over griepvaccinatie en het gebruik van neuramidase remmers bij gezonde volwassenen., en een publicatie in BMJ (Jefferson et al) over de moeilijkheden die de Cochrane auteurs hebben ondervonden om alle data boven water te krijgen, en wat dus uiteindelijk niet is gelukt.
Er bleek slechts één onderzoek beschikbaar (met incomplete gegevens en uitgevoerd in opdracht van Roche) dat positieve data beschreef over Tamiflu. In hun update hebben de auteurs daarom hun conclusie over Tamiflu herroepen, die eigenlijk gebaseerd was op dit ene incomplete artikel. Herhaaldelijke verzoeken aan de auteurs van het Tamiflu artikel mochten niet baten. Ook herhaalde verzoeken aan Roche, het bedrijf dat Tamiflu maakt, leverden niet op.
Het zou dus heel goed kunnen dat de werking van Tamiflu op lucht is gebouwd. Roche wil geen opening van zaken geven, het enige positieve artikel over Tamiflu is door Roche gesponsord, en hierin zijn niet alle trialgegevens in verwerkt.
Godley pleit er dan ook voor dat altijd alle onderzoeksgegevens verplicht beschikbaar moeten komen: “Reviewers must assess entire trial programmes, and so new tools and methods are needed.” Voor auteurs van systematische reviews zal dat aanzienlijk meer werk opleveren.

Information overload

2010/12/22

In het kerstnummer van BMJ staat een editorial van Richard Smith over hoe om te gaan met het teveel aan informatie: Strategies for coping with information overload. Het is een commentaar en aanvulling op een artikel dat is geschreven door Fraser and Dunstan: On the impossibility of being expert. Vooral de laatste zin uit de editorial is aardig:

“Will we ever solve the problem of information overload?” I imagine myself asking God as I arrive in heaven. “Sure,” he’ll answer, “but not in my lifetime.”

.

WEB&Z bijeenkomst

2010/12/03

Afgelopen dinsdag was de WEB&Z weer bijeen. Dit keer in Diemen bij het CVZ (met dank aan Marli van Amsterdam). Het was echt een volle bak met 34 collega’s, die de kou hadden getrotseerd.
Terugkerend thema is de vraag naar literatuuronderzoek binnen ziekenhuizen voor het maken van (systematische) reviews. Net of er geen gewoon onderzoek meer plaatsvindt. Alhoewel, volgens een recent PloS artikel (zie vorige post over de Science Citation Index), wordt er gemiddeld dagelijks de uitkomst van zo’n 75 trials gepubliceerd.
Een ander issue dat de aandacht vraagt is het opleiden van artsen en verpleegkundigen om in met name PubMed te kunnen zoeken. Om evidence te vinden voor een bepaald medisch probleem. Met de publicatie van 11 systematische reviews per dag (zie het PloS artikel) zou dat niet moeilijk horen te zijn. Even kijken in de Cochrane Library en klaar is Kees. Zo werkt het in de praktijk natuurlijk niet. Veel onderwerpen zijn binnen Cochrane nog niet gecoverd. Het gaat bij Cochrane vooral om interventiereviews, alhoewel daar verandering in komt.
In een recente publicatie van Hurwitz & Slawson wordt de stelling geponeerd of er tijdens de opleiding in plaats van evidence-based medicine niet beter information management kan worden gedoceerd. Het is met name geschreven vanuit een orthopedisch perspectief, maar kan voor collega’s, die onderwijs geven ook interessant zijn om kennis van te nemen. Dit is lijkt mij niet alleem een discussie voor medische specialisten, maar ook voor medisch informatiespecialisten.

Science Citation Index

2010/11/12

Het aantal wetenschappelijke publicaties groeit in rap tempo. Recentelijk heeft er in PloS een stuk gestaan, waarin werd gesteld dat er dagelijks gemiddeld 75 trials en 11 systematische reviews worden gepubliceerd (Bastian et al, PloS Med 7(9): e1000326. doi:10.1371/journal.pmed.1000326). Niet alleen mensen hebben moeite om deze grote hoeveelheid artikelen bij te kunnen houden, maar ook databases. Een recente publicatie door Larsen & von Ins (Scientometrics, 2010;84:575-603; the rate of growth in scientific publication and the decline in coverage provided by Science Citation Index; open access) kaart dit probleem aan. Met name voor de Science Citation Index (SCI) is dit uitgezocht. De SCI is de meest gebruikte database om publicaties te tellen en om citatieanalyse te doen. Gebleken is dat er weinig gewisseld wordt qua aanbod van tijdschriften. Dat houdt in dat nieuwe tijdschriften, die nieuwe vakgebieden beslaan, moeite hebben om in de SCI te komen. Ook is de groeisnelheid van de SCI kleiner dan andere, vergelijkbare, databases. Dat betekent dus dat de SCI een steeds kleiner deel van de traditionele literatuur covert. Als gevolg daarvan wordt de SCI een slechtere bron om artikelen te vinden.

En de SCI wordt gebruikt voor de jaarlijkse rondedans voor impactfactoren. Als bovenstaande allemaal klopt, kun je een vraagteken zetten bij deze indicatoren: R&D statistieken en scientometrie wordt bedreven in een database, die in de loop van de tijd een steeds kleiner gedeelte van de wetenschap afdekt.

Evidence slecht voor de gezondheid?

2010/11/12

In de BMJ een prikkelend commentaar van Des Spencer, huisarts in Glasgow: Why evidence is bad for your health. Overdreven of zit er een grond van waarheid in? Oordeel zelf.

Oestrogenen

2010/11/05

Oestrogenen of estrogenen spelen een belangrijke rol bij de ontwikkeling van de vrouwlijke geslachtskenmerken, bij de menstruatiecyclus. De anticonceptiepil bevat oestrogeen. Heel veel vrouwen slikken “de pil”. Omdat zoveel vrouwen de pil slikken werd de pil ervan verdacht de oorzaak te zijn van oestrogeen-vervuiling in het oppervlaktewater. Immers via de urine wordt (een deel van) de inhoud van de pil weer uitgescheiden.
Toch blijkt dit verhaal niet helemaal te kloppen. Uit een meta-analyse, uitgevoerd door onderzoekers van de universiteit van Californië, San Fransisco, is gebleken dat orale anticonseptie- middelen niet de bron zijn van de oestrogenen in het oppervlaktewater (Environ. Sci. Technol., DOI: 10.1021/es1014482).

Oestrogenen in het oppervlaktewater zijn niet gewenst, omdat synthetisch oestrogeen in diverse vissoorten problemen met de voortplanting kunnen geven. Dit hormoon veroorzaakt bij mannelijke vissen vrouwelijke geslachtskenmerken. Ook wordt oestrogeen in drinkwater in verband gebracht met reproductieproblemen bij de mens zelf en mogelijk ook met kanker.
In een meta-analysis werden de uitkomsten van 82 studies met elkaar gecombineerd. Uit de data concludeerden de onderzoekers dat oestrogeen afkomstig van ethinylestradiol, het meest gebruikte synthestisch oestrogeen in de anticonceptiepil, voor minder dan 1% van de totale hoeveelheid oestrogeen in het oppervlaktewater verantwoordelijk bleek te zijn. Er is bewijs gevonden dat andere oestrogeenbronnen een belangrijke rol te spelen bij de oestrogeen-vervuiling.
Grote hoeveelheden oestrogeen wordt door planten aangemaakt in de nabijheid van geloosd afvalwater afkomstig van soja- en biodieselfabrieken. Ook boerderijen kunnen bijdragen aan het oestrogeen-probleem, omdat het afval hiervan vaak ongezuiverd in het water verdwijnt.

Ook klopt het verhaal niet dat restanten van antibiotica en andere geneesmiddelen, die in gezuiverd afvalwater kunnen worden aangetroffen, door planten worden opgenomen (C&EN, 29 oktober, 2010)

Nieuwe publicaties

2010/09/20

Deze week zijn er weer een drietal interessante publicaties verschenen. Helaas alleen in te zien als je een abonnement hebt, maar vast wel bij collega’s op te vragen.

Comparison of the efficacy of three PubMed search filters in finding randomized controlled trials to answer clinical questions.
Yousefi-Nooraie R, Irani S, Mortaz-Hedjri S, Shakiba B.
J Eval Clin Pract. 2010 Sep 16. doi: 10.1111/j.1365-2753.2010.01554.x. [Epub ahead of print]

Limitations of the MEDLINE database in constructing meta-analyses.
Winchester DE, Bavry AA.
Ann Intern Med. 2010 Sep 7;153(5):347-8. No abstract available. PMID: 20820050 [PubMed – in process]
Hierop hebben Bianca Kramer, Winnie Schats en ik een commentaar geschreven. Even afwachten of het wordt gepubliceerd:)
Een aanvulling: het staat al op het web: Comment

en (met dank aan Jan Schoones):

Enhancing search efficiency by means of a search filter for finding all studies on animal experimentation in PubMed.
Hooijmans CR, Tillema A, Leenaars M, Ritskes-Hoitinga M.
Lab Anim. 2010 Jul;44(3):170-5. Epub 2010 Jun 15.
Met Allice als medeauteur!

Nieuwe publicaties

2010/08/20

De afgelopen paar weken zijn er een paar interessante artikelen verschenen in een aantal tijdschriften op het gebied van zoeken en zoekgedrag.

Allereerst de publicatie van Thiele et al:

Thiele RH, Poiro NC, Scalzo DC, Nemergut, EC
Speed, accuracy, and confidence in Google, Ovid, PubMed, and UpToDate: results of a randomised trial
Postgrad Med J 2010;86:459-465

In deze studie werden arsten en studenten gevraagd om vier vragen te beantwoorden op het gebied van anesthesie en critical care. De vragen moesten binnen 5 minuten worden beantwoord. Hierbij mocht men naar eigen inzicht gebruik maken van Google, UptoDate, Ovid of PubMed. Na 1-3 weken werden de gebruikers gerandomiseerd om slechts één van deze zoekmachines te gebruiken bij het beantwoorden van 8 klinische vragen. Van deze 8 vragen waren er 4 dezelfde als bij het eerdere experiment. Gebleken is dat de gebruikers die van Google en UptoDate bij het beantwoorden van de vraag gebruik maakten een grotere kans hadden om de vraag correct te beantwoorden vergeleken met hen die PubMed hadden gebruikt. Het beantwoorden van de klinische vragen duurde bij Google en UptoDate korter dan bij het gebruik van PubMed.

De andere publicatie is:
Susan M. Bradley. Examination of the Clinical Queries and Systematic Review “hedges” in EMBASE and MEDLINE
JCHLA, 31 (2), 2010

Hierin worden de verschillende zoekfilters, zoals PubMed Clinical Queries, uit de verschillende zoekmachines met elkaar vergeleken met die van Haynes et al.

In oktober a.s. is er het jaarlijks Cochrane Colloquium van de Cochrane Collaboration, dit keer samen georganiseerd met de Campbell Collaboration. Dus eigenlijk is het dit keer het joint Cochrane/Campbell Colloqium. Inmiddels is er al wat meer over het programma bekend. Neem een kijkje bij de oral presentations en de posters, dan krijg je een indruk van wat er voor moois op stapel staat.